Eerherstel: cliënten weten wat het is.


Ere wie eer toekomt.

Als het gaat om eer, eerloosheid en eerverlies dan heeft de therapeut het mandaat van eerherstel. Eer is meer dan respect, eer is iets wat er bovenop komt, een speciale waarde voor iemands’ verdiensten. Eer wordt toegekend en eer wil worden erkend. Eer wat door niemand wordt opgemerkt is waardeloos. Het is eerloos voor de eer zelf, eerloos voor de personen om wie het gaat en eerloos voor de daden waarom het handelt. 

En dat is precies waar de cliënte uit onderstaand voorbeeld mee bezig is, met het herstellen van eer. Van onzichtbare eer naar zichtbare eer, met haarzelf als eerhersteller aan het werk. Ere wie eer toekomt.


Het komt door hem!

Prof. Nagy was in 1993 (MasterClass) in gesprek met een dochter, 31 jaar oud. Haar hulpverlener zat er bij, haar partner en twee kinderen. Ouders gescheiden toen ze tien jaar was, opgegroeid bij vader. De vader was seksueel met haar geweest. In termen van hulpverlening werd hij daarmee een dader, zij een slachtoffer met een trauma. De hulp aan deze vrouw richtte zich op de relatie met haar vader en de opvoeding van haar kinderen.

In de zaal een groep studenten. Nagy vroeg haar hoe ze van de hulpverlening profiteerde. Ze ontstak in een pleidooi voor haar vader die onjuist werd neergezet, die werd afgerekend op wat hij níet goed deed. Niet op wat hij wél goed deed. 

‘Iedereen praat over wat mijn vader allemaal fout deed. Maar er was een hoop wat hij mij gegeven heeft, en dat komt maar niet naar voren. Door hem heb ik een HAVO-diploma gehaald, hij overhoorde me, zette me aan het werk. Hij maakte het eten klaar en zorgde voor regelmaat. Ik was anders op de straat geraakt, verkeerde vrienden, aan de drugs geraakt. Maar dat is al die jaren niet gebeurd. Hij wees op het belang van leren; heb ik een diploma, een HBO-opleiding en werk’.


Het voelt veel beter.

Krachtig en recht uit het hart gesproken woorden die volgens mij al langer onderweg waren naar een podium om gehoord te worden. Nagy vroeg ogenblikkelijk voor wie haar woorden bedoeld waren: voor de hulpverleners, haar vader, haar zelf? Verontwaardigd doceerde ze de hulpverleners dat ze moeten gaan begrijpen dat ouders méér zijn dan hun negatieve daden. Dat je als kind daarmee een half kind wordt. ‘Als kind kan ik meer met het positieve en nuancering dan dit eenzijdige licht. Hij gaf me veel. Ja, hij nam ook, en dat was niet goed. Alleen, om hem zo te blijven zien daar kan ik niet zo veel meer mee. Ik ben ook trots op hem om wat hem lukte in moeilijke omstandigheden. Hem zo neer te zetten geeft mij méér, hij verdient dat’. 

Het gesprek ging verder in de richting van dialoog met haar vader.


Eerherstel.

Een les eer bieden, een les ontschuldiging en nuancering, een les relationele ethiek gaf ze ons. 

Ja, natuurlijk spelen gevolgen van een trauma door. Natuurlijk is dit een kind dat misleidt is in haar vertrouwen en belast met te veel nemen door haar vader, rolverwarring en parentificatie. Alleen al vanaf papier kan je halen dat het opvoeden van kinderen voor haar als verwarrend kunnen worden ervaren wanneer ze de macht, de invloed en verantwoordelijkheid van het ouderschap op zich neemt. Allemaal het werkterrein van de therapeut en de cliënt, ieder vanuit diens eigen positie. 

De cliënte herstelde een orde zoals zij dat aanvoelde als een balans van plussen en minnen tussen haar en haar vader. In alle goed bedoelde aandacht van hulpverleners voor haar trauma en onmacht bij het opvoeden werd ze meer geslachtofferd dan goed voor haar was. Dat er iets scheef zat voelde ze kennelijk goed aan.


Waardevol.

Vragen naar eer gaat over gedane zaken. Over tijden en acties die geweest zijn – en in de actualiteit geldigheid behouden. In de actualiteit van hier en nu is de eer-brenger de vertegenwoordiger van degene aan wie de eer wordt geboden. Bij de vertegenwoordiger ligt de verantwoordelijkheid wat er gepresenteerd wordt. Daarmee is helder dat het stellen van de vraag naar eer een vraag die meteen verwijst naar de ethische balans zoals die gezien wordt. De vraag komt meteen op het scherp van de snee. Het vraagt om stellingname, om visie, de vraag gaat over de stand van de relationeel-ethische balans. Het gaat om ik in verbinding met de ander. Het is daarmee een waardevolle vraag om te stellen. En het is waardevol goed te beluisteren wat het antwoord is. Beter zicht op de debetzijde van een relatie kan je misschien haast niet krijgen. Vaak stellen dus, deze vraag!



Anne-Maeike Jorritsma.

Contextueel therapeut en supervisor.