TIKKOEN OLAM.


‘We voelen dat het belangrijk is de motivationele laag te onderzoeken waar hoop is opgeslagen om de beschadigde menselijke waardigheid te herstellen’(naar IL, p 53).

Aan deze woorden denk ik wanneer ik in gesprek ben met Annette Melzer en Micha van Dijk. Aan vrede werken is naast er over nadenken en schrijven, vooral ook iets doén. Ik nodigde beide mensen uit te reageren. Eerst via het schrijven van een artikel; het werd een gesprek.

Annette Melzer is Duitse van oorsprong, predikante, ze werkt bij het speciaal pastoraat als conflictbemiddelaar bij de PKN. Micha van Dijk is belijdend Jood, psychotherapeut, hij werkt bij de Joodse RIAGG, Sinaï-Ambulant in Amsterdam. Zijn cliënten lijden aan trauma’s door zogeheten Man-Made-Disasters. Velen van hen zijn Nederlands, Joods, of uit andere delen van de wereld.

Hebben ze iets met het thema werken aan vrede? En nog wel werken aan vrede op meso-niveau? 

Het idee voorafgaande aan het gesprek was te praten over hun drijfveren en hun doelen als hulpverleners. Te kijken naar de rol van hun familiegeschiedenis daarbij, te kijken naar hun achtergronden om toekomst mee in te vullen. Twee familiegeschiedenissen wier verhalen politiek en sociaal verweven geraakt zijn door de ideeën en werkwijze van het Nationaal-Socialisme van Hitler-Duitsland. Hoe gaan ze er mee om, op meso-niveau? Er volgde een indringend gesprek.

Wie zijn ze?

Melzer werkt op dit moment als interimpredikant in conflictsituaties binnen kerkelijke gemeentes. Ze merkt op dat ze in haar werk als predikante is geconfronteerd met goede Nederlanders en diegenen die gezien worden als fout. De ‘foute’ ervaren bij haar veiligheid en gelegenheid iets te vertellen over hun keuzes en ervaringen. De ‘goede’ Nederlanders bevestigen wat ze zien als ‘goed’ en reageren soms pijnlijk afwijzend en terechtwijzend.

Een kant van haar grootouders, vaderszijde, vluchten voor de russen uit naar Duitsland. De andere kant, moederszijde, werkte in het Nazi-regime, in het middenkader.

Van Dijk werkte een tiental jaar geleden als psychotherapeut in Berlijn namens Sinaï-Ambulant. Hij begeleidde met collega’s een project om Duitse Joden de gelegenheid te bieden elkaar hun levensverhaal te vertellen en elkaar tot steun te zijn. In Duitsland is de angst om openlijk Joods te zijn, in tegenstelling tot Nederland, nog steeds erg groot. Het project moest stoppen omdat de overheid financieel dit werk niet wilde overnemen, waarna het ophield te bestaan. Momenteel werkt Van Dijk vooral met mensen die lijden aan gevolgen van een Man-Made-Disaster. Mensen die lijden aan een trauma dat is toegebracht door mensen uitgevoerde humanitaire rampen onder politieke, ideologische en sociale paraplu’s. Van Dijk’s ouders overleefden de oorlog door onderduik.


Familieverhalen.

Het samenzijn startte met een maaltijd. Van Dijk’s vrouw Chagit Hirschhorn was meegekomen. Van Dijk sprak in het Hebreeuws het gebed voor de maaltijd uit, we spraken over dagelijkse dingen. Desondanks hing de spanning in de lucht, ‘wie ben jij, wie is de ander, is het veilig open te spreken?’ Het gebied van de ontmoeting: een nog onbekend, open en mogelijk bedreigend terrein. Na de maaltijd komen we tot gesprek over het de inspiratie voor ons werk, de drijfveren, ‘wat houdt ons gaande’? 


Van Dijk vuurt zijn vragen af, routineus bijna, terwijl zijn wiebelende been zijn spanning aangeeft. Heel Joods-direct vraagt hij wie Melzer’s grootouders zijn, wie haar ouders zijn, “en wie ben jíj?”

Melzer start met vertellen dat haar grootouders van vaderskant uit de omgeving van het huidige Kaliningrad (Oost-Pruisen) voor de russen uit naar het Westen vluchtten. Hun ouders moesten ze in de kelder van de boerderij achterlaten, met voorraden. De russen zaten op dertig kilometer afstand, waarvan bekend was dat ze alles plunderden wat ze krijgen konden en de mensen doodden die ze tegenkwamen. Melzer’s vader was zeventien jaar en een jonger zusje van vijf ging mee. De andere broers zaten aan het oostfront. Ze verloren op de tocht alle materiele bezittingen, via Berlijn en vluchtelingenkampen belandden ze bij de Zwitserse grens waar ze een nieuw bestaan opbouwden. 

Melzer’s moeder werd grootgebracht in de Hitlerjugend. De band met elkaar, de onderlinge saamhorigheid, iemand zijn door prestaties te leveren, maakte dat de ideologie als zoete koek naar binnen gleed, zonder kritiek of twijfels. Háár vader was timmerman, binnen het Nazi-regime had hij een leidinggevende functie op lokaal niveau. De trotse, sterke man is na de oorlog geïnterneerd geweest, hij kwam gebroken terug. Melzer’s moeder heeft, net als de andere gezinsleden, onder deze vernedering geleden. Voor Melzer is het één van de vragen hoe bewust haar Opa koos voor het regime; mogelijk welbewust. Dit is een belaste vraag waarop geen direct antwoord is te krijgen. Tot op vandaag rust er een taboe op het praten over deze tijd.


Uit schroomvalligheid durft Melzer de tegenvraag niet te stellen aan Van Dijk. Het voelt voor haar dat ze geen recht van spreken heeft. De vraag die komt is deze: “wat houdt in jouw werk je inspiratie gaande?”

Van Dijk steekt van wal over zijn familie. Zijn ouders hebben de oorlog overleefd door onderduik in een Christelijk gezin en waren in staat hun traditioneel Joodse leefwijze te behouden. De rest van de familie is omgekomen in de concentratiekampen van Hitler-Duitsland. Na de oorlog is Van Dijk als eerste na-oorlogse kind geboren, 1949. Na hem kwam er nog een broer en een zus. In 1939 en 1942 zijn vóór hem twee oudere broers gekomen. Na de oorlog hebben Van Dijk’s ouders Joodse weeskinderen opgevangen, kinderen die kwamen en gingen. Zijn moeder worstelde en worstelt met God, vecht met hem, neemt Hem aan en verwerpt Hem, ze is woedend zonder berusting. Vraagt waar Zijn gerechtigheid en goedertierenheid zijn. Van Dijk benoemt het Grote Zwijgen, de antwoorden die je nooit krijgt, waarom al die mensen weg zijn, het onrecht en het gemis.


Inspiratie.

In zijn werk hoort Van Dijk de verhalen van marteling, misbruik, verkrachtingen, kindsoldaten, oorlogshandelingen en concentratiekampen. Recente gebeurtenissen en herinneringen aan een ver verleden waar geen tastbare beelden van zijn of woorden aan gegeven kunnen worden, geen gesprek dat meer gevoerd kan worden.

Melzer vraagt hoe hij dit volhoudt, “welke bagage heb je?” Voor zichzelf geeft hij, tijdens therapeutische sessies, zijn bewogenheid vorm in een stil gebed en bidt ‘God, kijk vanuit de hemel en zie dit aan’. Hij benadrukt dat hij in zijn levensovertuiging een hekel heeft aan slachtofferschap en sterk in het Leven geloofd. Je moet hoe dan ook voor je leven kiezen en verantwoordelijkheid nemen. Ik ben als eerste kind na de grote slachting geboren in onze familie. Leven heb ik als opdracht meegekregen. 


Van Dijk vraagt aan Melzer hoe ze last heeft van het daderschap omdat dit in Nederland nauwelijks wordt gezien als last. Melzer reageert dat ze heeft geleerd om het onder ogen te zien en de verantwoordelijkheid er voor moet oppakken om zich er toe te verhouden en zich er niet door te laten verpletteren. Het is geen keuze, je kan het niet ontkennen, niet ontvluchten, de daden van je vaderen blijven je eigen geschiedenis. Je moét de geschiedenis oppakken. Melzer realiseert zich dat dit de reden is waarom ze in haar werk hamert op het dragen van verantwoordelijkheid en waarom zij blijft zoeken naar het Licht in de chaos van ieders levensverhaal en intermenselijk conflict . Melzer citeert de zin waarin beschreven wordt in Genesis hoe God als eerste scheppingsdaad het Licht schiep. Licht tegenover de chaos van de (nog ongeschapen) wereld en Gods zwijgen. “Dit inspireert me in antwoord op de lasten in mijn familiegeschiedenis”.

Op Melzer’s vraag wat Van Dijk wezenlijk raakt in zijn werk noemt hij werken aan het herstel van de wereld, Tikkoen Olam (hebreeuws). Met zijn opdracht te kiezen voor het leven kiest hij er voor om samen met anderen te werken aan een vredevolle wereld en samen die wereld en de mensen die er in leven naar je vermogen te helen. 

Melzer herkent hierin haar verbondenheid met het contextuele denken als Nagy spreekt van het herstel van de menselijke rechtsorde. Van Dijk bevestigt dit en stelt “daar staan wij samen voor, laten we er dan ook samen voor gaan”.


Licht.

Er gebeurt iets wat zich laat omschrijven als een straal van Licht die tussen beide mensen heen en weer gaat. Herkenning die leidt naar erkenning, naar de zegen van het er mogen zijn; wat weer kan leiden naar verder kennen.

Beiden zeggen dat werken op meso-niveau begint bij de persoonlijke ontmoeting die doorwerkt naar het werken met anderen. Door je eigen leven onder ogen te zien en te bewerken naar een persoonlijk legaat. 


We kijken allen in dankbaarheid achterom naar dit gesprek wat voor Melzer en Van Dijk heling door ontmoeting geworden is. 

De datum: 16 april, Jom Ha Shoa, de dodenherdenking

van de Holocaust in Israël en de Joodse gemeenschappen in de diaspora.




Annette Melzer, predikante en supervisor, Contextueel Pastoraat / hulpverlening 2000/2002.

Micha van Dijk, psychotherapeut, MasterClass Contextuele hulpverlening, 1993.

Chagit Hirschhorn, maatschappelijk werkster Altra Jeugdzorg.

Anne-Maeike Jorritsma, contextueel therapeut, supervisor, MasterClass Contextuele Benadering 1993.


IL: Invisble Loyalties, Boszormenyi-Nagy en Spark, 1973.