Geen borderliner maar een moeder.


Tijdens de vakantie in Ierland bezochten we de 5000 jaar oude grafheuvels Newgrange en Knowth in Ierland. We bezochten Knowth. Je ziet een heuvel van 80 meter doorsnee. Van bovenaf de heuvel overzie je grote delen van Ierland bij helder weer. Knowth is ouder dan de piramiden van Egypte. Het is waterdicht en rondom liggen grote afwerkstenen die met kronkelende lijnen zijn bewerkt. Je kunt er in door een lage nauwe gang waar een onderaardse grafkamer is. Het heeft ons een paar dagen gekost om emotioneel te bevatten wat we gezien hebben. Hoe mensen dit voor elkaar konden maken. En waarom? Ons voorstellingsvermogen maakte overuren. Het werkte als een spiegel uit lang vervlogen de tijden naar de maatschappij waarin we nu in leven.  Bevreemdend, intrigerend en spannend. De maatschappij van toen en die van nu. We zijn in een ander tijdsbestek terecht gekomen en zien ons zelf daardoor anders. opeens zijn we een stipje in de tijd.


Een dergelijk gevoel heb ik regelmatig wanneer ik als therapeut spreek met mensen die zelf psychisch niet sterk in hun schoenen staan, die zich door hoe ze zijn onderscheiden van het gemiddelde. Het kwetsbare, het onrustige, de wereld anders zien en ervaren. De moeite met de realiteit. De onmacht ook om in deze maatschappij mee te komen, waar zo veel gevraagd wordt van sociale vaardigheden en assertiviteit. De overheersende gevoelens zoals depressie, angst en onrust. Het soms dood willen, niet met mensen verder kunnen – het best wel willen. Door ‘hoe ik ben maak ik het anderen moeilijker dan ik wil’. Spijt en verdriet daarover. Het telkens weer proberen en het weer ingehaald worden door psychische reacties. De maatschappij (ook hulpverleners) die zeggen dat je positiever moet denken. Niet zelden legt dit laatste nog meer druk op, zo mogelijk, en werkt de kracht van het opgelegde positieve contraproductief.

Hoe is die bevreemding voor kinderen van ouders met een psychiatrisch beeld? Kinderen die (te) veel geven, geparentificeerd geraakt zijn. Eenzame kinderen die al jong (emotionele) leiding moeten geven aan hun leven en soms ook dat van het hele gezin omdat het de ouders ontbreekt aan kracht om het zelf te doen. De risico’s die dit mee brengt rond mishandeling en verwaarlozing. De kwetsbaarheid ervaren om de maatschappij in te gaan, het zien hoe anderen met een natuurlijk zelfvertrouwen de wereld betreden. Het geworstel met angsten en negatieve zelfbeelden. ‘Waarom is mijn vader zo moeilijk? Omdat ik niet lief voor hem ben. Het ligt aan mij. Dat zegt hij zelf trouwens ook’. Hoe lang gaan ze niet door met geven, hopen, proberen?


Het is onrechtvaardig, dit alles, het is scheef en ten hemel schreiend. Het hebben van psychiatrisch gedrag is ook vervreemdend, een realiteit die moeilijk te volgen is, het is ánders.  Maar hier geen dode stenen op een hoop van 5000 jaar oud.  Hier zijn mensen die leven, die bewegen, die met anderen omgaan. En anderen met hen. Mensen die elkaar voorzien van betekenis en inhoud; mensen die elkaar willen kunnen vertrouwen.

In mijn werk benader ik deze situaties met begrip en geduld. Mijn cliënten voelen zich heel begrepen. Dat gaat wel goed.  Echter, sommige cliënten blijven na een tijd weg,  ze hebben er niet genoeg aan, aan het begrip en geduld. Hebben een verwachting van meer. Het appeleert, roept op, net zoals Knowth: het vreemde willen kennen.


Daarom bracht ik in de leersupervisie van de vereniging van systeemtherapie ter sprake hoe te werken gezinnen en families te benaderen waar psychiatrie een grote rol speelt. Ik vertel een paar voorbeelden. De eerste leer die ik dan kan trekken is dat mijn therapieconcept ‘geduld en begrip’ een één-dimensionele aanpak is. Het bevestigd wat er voor de cliënt al is. De realiteit wordt gezien en wordt erkend – zeer waardevol – maar het wordt niet veranderd. Er komt geen nieuw en verbindend perspectief op gang. Het tweede bijkomende is dat ik geneigd ben individueel te kijken naar psychiatrische beelden. Ik zie een mens met een specifieke neigingen en aanleg maar ik zie geen relatie waarin dit een plaats kan krijgen. En voor zover ik relatie zie, zie ik de onmacht, het niet kunnen, het misgaan, het wantrouwen. De angst van het individu die de relatie beheerst.  In het geheel komt er dan te staan dat ik steunend ben – maar niet therapeutisch functioneer. 


Er is een nieuw perspectief nodig op mijn werkwijze, de bevestiging mag blijven. Maar hoe kan ik de tekst brengen die de relatie herkadert? Hoe kan ik mensen helpen anders naar hun relatie te kijken zodat ze zelf een andere speler worden? En daarbij een zicht biedt dat verbindend is? De relatie zo belichten dat de betrokkenen op een andere plaats gaan staan? Dat ze gaan zien hoe ze zelf mede in moeilijkheden verweven zijn geraakt. Hoe dit ook afstand in stand kan houden. Soms is dit laatste veilig. Er zijn mensen die over de angst heen willen komen, naar een nieuw contact toe.


Ik ga oefenen. Een voorbeeld is dit: een gescheiden vrouw die door haar ex-man wordt beschuldigd van het zelfgekozen dood van hun oudste dochter. De dochter was ernstig depressief.  ‘Het ligt aan jou dat ze dood is; als jij maar anders had gedaan, dan…’ Ze lijdt onder de beschuldiging, naast haar eigen verdriet. De relatie is verbroken vanwege het gebeurde. Voorheen zou ik mijn sympathie betuigen vanwege deze extra last. Ik zoek het relatieperspectief van deze beiden mensen. En vraag me af hoe schuld rondzingt tussen beiden. Ik vraag dan ‘hoe schuldig zou hij zich kunnen voelen dat hij het gewicht er van naar jou afwentelt? Hij lijkt zijn last op jou af te reageren’. Na enig denken zegt ze ‘ik denk heel erg. Hij had zelf ook last van depressies. Hij is ook net zo verdrietig als ik, en zit er helemaal in vast. Ik hoor van anderen dat hij is gaan drinken en zichzelf verwaarloosd’.  Ik vraag door: ‘hoe zou je met hem over de schuld kunnen praten, zou je je kunnen voorstellen dat je hem laat weten dat jij weet dat hij zich schuldig voelt. Net als jij overigens? Zou het zo kunnen zijn dat hij ziet dat jij er net iets sterker mee omgaat (lijkt het in zijn ogen) dan hij? Dat hij jou kiest, als zijn vrouw en moeder, om zijn woede op te richten? Dichterbij kan hij niet bij je komen’.  De belaagde vrouw, de woedende machteloze man, de depressieve overleden dochter.  Ze zijn verenigd door in ieder geval schuld – en door het hier over te hebben is opeens de relatie in beeld, niet langer individuen. Mijn cliënte zegt later dat ze zich op een andere manier begrepen is gaan voelen, het verdriet heeft een kader rond beschuldiging en vervreemding gekregen. Ze denkt milder over haar man, reageert met meer rust. Dit is niet alleen voor haar goed maar ook voor de overgebleven dochters die in een split-loyalty raakten.


Een ‘rotmoeder’, die sloeg, schreeuwde, het kind uitschold – dat is een moeilijke jeugd. Reden om afstand te doen van de moeder, haar nooit meer te willen zien. Met de afstand komen de onzekerheden. De dochter wil er van af, maar heeft zoveel schepen achter zich verbrand, van terugkeren naar ‘mam’ is geen sprake. Te veel géne, te veel negatieve herinneringen. Tussen de verhalen door klinkt een moeder die graag contact wil, niet weet hoe, gauw boos is. Het positieve komt ook langs, de kopjes thee uit school, lieve aandacht, paardrijlessen waar mam voor werkt. De interventie ‘je moeder heeft veel moeite met haar stemmingen, kort lontje – en ze gaat thee zetten, voor je werken, ze kan lief zijn? Met zo’n moeilijke persoonlijkheid toch van je proberen te houden, door alles stemmingen heen toch proberen te zorgen. Dat is een prestatie, ze had ook kunnen stoppen met proberen , maar ze ging door’.  De dochter loopt boos weg…komt op de volgende afspraak zegt( ingekort):  ‘dat was confronterend, ik was woest op je. Zo heb ik nooit naar haar gekeken, als kind voelde ik me bedreigd. Maar nu ben ik sterker, kan ik wat doen?’ Met heel veel moeite en voorzichtige stappen komen er brieven over en weer.  De dochter ziet in haar moeder iemand met een soort beperking, die daarom heen iets goeds probeert . In dit licht blijkt contact een beetje mogelijk. Over het onzeker-zijn hebben we het dan allang niet meer, dat is weg.


Ja, ik leer het. Ik zie heel goed de harde realiteit van psychiatrie in combinatie met relaties. Ik zie ook mensen die er naar verlangen elkaar te kunnen vertrouwen en elkaar te kunnen verstaan binnen een context die recht doet aan iedereen. Een kind heeft per slot niet een ‘borderliner’ maar een moeder.

Het vertrouwen dat een volwassen kind investeert laat een ouder soms ook hardop zeggen ‘wat was ik moeilijk voor je, ik heb er verdriet van’.  Dat is vertrouwen, dat is erkenning. En het schept een andere context waar in andere inhoud mogelijk kan worden.



Anne-Maeike Jorritsma


Redactlielid, contextueel leertherapeut, supervisor.